‘Ziekenhuizen trekken aan alarmbel: verdrievoudiging van kinderen en jongeren met zware eetstoornis door corona’ en ‘UZ Brussel verdrievoudigt aantal behandelbedden voor jongeren met eetstoornissen’.

Dit zijn enkele koppen die ik lees als ik de krant opensla. De laatste tijd komen regelmatig dit soort berichten voorbij nu Covid en de isolerende vervreemdende werking hiervan (voor mij logischerwijs) invloed lijkt te hebben op de uiting van eetstoornissymptomen. Of ze het in de krant hebben over de echte klassieke eetstoornis is trouwens de vraag. De koppen pretenderen van wel, maar deze creëren mijns inziens vaak ook de zogenaamde waarheid.

Het is een relevant thema van deze tijd, maar het enige wat ik denk: serieus?! Een nieuwe generatie die wordt blootgesteld aan het planten en cultiveren van een eetstoornis door opname in een ziekenhuis. De zorg pleit voor extra geld en bedden, maar wat gaan ze doen? In mijn ogen gaat het herstellen van een eetstoornis niet alleen om symptoombestrijding, maar om zoveel meer dan dat.

De functies van eten en voeding

Het is in ieder geval duidelijk dat verminderde welzijn, door stress, eenzaamheid of frustratie al sinds de oudheid vertaald wordt naar wel of niet eten of varianten daarvan. Eten is onze lichamelijke en geestelijke voeding. Net als ademen, is eten leven. Niet eten is dood. Eten is een bevrediging naar verlangens, genieten, lust of zelfs seksualiteit. Het is ook voor jezelf zorgen, ruimte innemen, jezelf bestaansrecht geven. Eten is een onderdeel van zijn, voor mensen en dieren.

Daarnaast is eten ook een communicatiemiddel. Het wordt een manier om je uit te drukken als normale manieren niet lukken, niet gehoord of niet begrepen worden. Dit besefte ik mij toen mijn dochter, toen twee jaar oud, in het ziekenhuis werd opgenomen na twee forse koortsstuipen. Elke dag werd ze onderzocht en verzorgd door artsen en verschillende verpleegkundigen. Goedbedoeld, vriendelijk én noodzakelijk. Pas later besefte ik mij dat zij geen keuze had in deze manier van behandelen. Medicijnen, een prik, een aanraking… het werd bij haar gedaan zonder dat zij hier een stem in had. Haar autonomie werd op dat moment ontnomen.

Het gevolg? Ze stopte met eten. Gelukkig tijdelijk, want dit had toch een start van een serieuze eetstoornis kunnen zijn. In het licht van mijn werk en mijn eigen eetstoornis(sen) die vanaf mijn twaalfde begonnen, leerde ik begrijpen waarom zij dit deed. Ze zocht een coping door middel van eten. Het niet eten had een functie en een boodschap: hoor mij, ik ben bang, ik wil dit niet. Stop!

En dat is logisch. Een individu wilt altijd zijn of haar autonomie beschermen. Als dit in gevaar komt, komt er een machtsmiddel bij kijken. Niet ademen is geen optie, de regels thuis veranderen ook niet. Een trauma vermijden lukt niet en het leven perfect maken ook niet. Kort gezegd hebben we dus maar over één ding écht controle en dat is eten of niet eten.

Dit communicatiemiddel hangt samen met eten als drukmiddel. Omdat het in ernstige gevallen een kwestie is van leven en dood, zullen de naasten wel goed opletten. De gedachte is veelal onbewust: als jij niet helpt, niet luistert of niet begrijpt, dan ik eet ik niet meer of krijg ik meer eetbuien.

Begrijpen wat een eetstoornis is

Het begrepen worden is net hetgeen dat zo lastig is. Hier wortelt meestal de eetstoornis in serieuzere zin: bij de miscommunicatie over de boodschap achter het verstoorde eetgedrag. Deze gaat over waar de grens is, wat is het alarm, wat is de nood? Maar vooral ook: wat is de behoefte erachter? De wens, het verlangen. Deze zitten meestal in het begrepen worden. En nou net daar ontbreekt het vaak tussen persoon met de eetstoornis en de naasten. Er is onbegrip, men verstaat elkaar niet, er is onbegrip, frustratie en boosheid. Beiden doen gekke dingen om gehoord te worden.

En zo was het ook vroeger bij mij thuis toen ik een eetstoornis had. Mijn ouders begrepen mij en de eetstoornis niet. Door mijn ondergewicht stond mijn vader erop dat ik naar het ziekenhuis ging, maar mijn moeder zei ‘laat haar maar thuis, ik ga met haar eten.’ Gelukkig had ik deze keuze.

Herstel draait niet om eten alleen

Mijn moeder begeleidde mij met het eten. Ik haatte haar, maar ook: elke hap en elk moment van ruzie en verdriet werd vergezeld met liefde, aandacht een aanwezigheid. Ik was in korte tijd van mijn ondergewicht af, maar nog niet van mijn eetstoornis ondervond ik later. Want, herstel bestaat niet uit eten alleen en verbetering van gewicht. De schade zit binnenin. En zo manifesteert deze zich gewoon op een andere manier. Zo veranderde mijn anorexia in boulimia, anderen gaan aan de drank of drugs, werken keihard, beschadigen zichzelf of worden depressief.

Daarom pleit ik voor een integrale aanpak van eten en onderliggende problemen. Of nog beter: eerst aandacht voor het onderliggende en daarna, gelijktijdig en stapsgewijs het eten meenemend.

Aanpak van ziekenhuizen m.b.t. eetstoornissen

Zelf ben ik ook op deze manier hersteld. Maar wat zou er gebeurd zijn als ik mijn vaders advies was gaan volgen en wel naar het ziekenhuis was gegaan? Het is geen gekke keuze. Mijn vader was bezorgd, mijn situatie was ernstig genoeg en er waren voldoende risico’s. In het ziekenhuis was mogelijk de paniek minder geworden en werd er met zorgvuldigheid gehandeld.

Toch ben ik ervan overtuigd dat toentertijd mijn eetstoornis in een ziekenhuis zich had vastgezet in mijn systeem door het autoritair medisch handelen. Het had de eetstoornis verhard, slim gemaakt. Het had zich verdedigd met hand en tand en vervolgens aan mijn persoonlijkheid en identiteit vastgeklonken met onverwoestbare ketenen. Ik was er misschien wel met een trauma uitgekomen omdat ik ontdaan was van zelfbeschikkingsrecht. In het ziekenhuis was mijn gewicht gezonder geworden, maar mijn welzijn en geestelijke gesteldheid aanzienlijk minder. En tja… wat doe je dan om dit te verwerken? Teruggrijpen naar je eetstoornis. Uit woede, wanhoop, pijn en onbegrip. Uit bescherming en vanuit het recht om zelf te beschikken!

Adequate hulp is hard nodig

Dus ja, ik maak mij zorgen als ik de krantenkoppen lees. Want zoveel is er niet veranderd door de jaren heen. Kunnen we ziekenhuisopname voor eetstoornissen voorkomen? Of uitstellen? Goed begeleiden? We kunnen wel pleiten voor meer bedden en patiënten opnemen waar men raad weet met de somatische gevolgen van een voedingstekort. Maar moeten we deze mensen niet een andere plek bieden, beter behandelen en beter oorzaak en gevolg koppelen voor een gewichtig resultaat?

En nu is er aandacht voor de ‘nieuwe’ patiënten door Covid, maar hoe gaat het met de ‘oude’ patiënten die al sinds heugenis worden opgenomen in ziekenhuizen. Keer naar keer, na tientallen dure behandelingen. Uiteindelijk worden ze misschien wel in een dwangfase gedreven door een, in mijn ogen, niet passende behandeling met in het vervolg: uitbehandeld en opgegeven met alle gevolgen van dien. Niet door schuld, maar wel door de reden waar mijn verhaal mee begon: door onbegrip, door rigide en door angst gedreven gedachten.

Een eetstoornis zegt wat en wilt wat. Luister ernaar en probeer het te begrijpen. Behoud de verbinding en verbreek deze nooit door iemand te ontdoen van zijn of haar zelfbeschikking.

Als we niet snel genoeg adequaat hulp bieden, wordt het onze identiteit.

 

Liefs,

Carmen