Een lichaam dat op is, een hoofd dat niet meer kan, families die door wanhoop verscheurd worden, schrijnende noodsituaties waarbij de dood zelfs op de loer ligt en het enige dat rest is wachten. Wachten totdat je aan de beurt bent. Wachten op hulp. En bovenal wachten totdat hulp op tijd komt. Het gonst in de media: het aantal eetstoornissen neemt schrikbarend snel toe. Inclusief de te lange wachtlijsten voor behandeling. Maar wie wacht er eigenlijk op wie?

Door: Carmen Netten

“U kunt zich melden bij zorgbemiddeling”, hoor ik een van onze telefonistes zeggen. ‘En daar komt u weer op een andere wachtlijst terecht’, denk ik terwijl ze ophangt. Het is een gekke situatie. Bij ons gaat de deur dicht als we onze zorgplafonds bereikt hebben. Dan komt er niemand meer in. Althans, niet vergoed. Bij sommige van onze zorgverzekeraars is het zelfs al bijna zover. In de zomer zitten we bij hen aan ons quotum. “Kom in januari maar terug, dan bent u de eerste”, luidt het advies. Mocht dat dan nog nodig zijn, want vaak is een cliënt dan al verdwaald in het circuit of hebben ze de hoop op herstel opgegeven.

Oftewel: het aanbod volgt niet de vraag, zoveel is wel duidelijk. We lopen fors achter op de feiten.

Het is niet zo dat wij als instelling niet willen behandelen of willen groeien. Ook bij Human Concern zien wij de toename van cliënten. Ook al voordat COVID-19 licht deed schijnen op deze groeiende ernstige doelgroep. Jong, maar ook ouder, want laten we die veel grotere 18+ groep vooral niet vergeten. De media herhaalt voortdurend de zorgen om onze jeugd, maar schetst daarmee een scheef beeld. Er zijn zoveel meer jongvolwassenen die zich aanmelden, die vastlopen in hun zorgvraag. Zij mogen eveneens rustig wachten tot hun eetstoornis zó in kracht toeneemt, dat duurzame behandeling lastiger wordt en de kans op herstel ook. Soms wachten cliënten zo lang dat een dringende somatische indicatie het gevolg is en dat een spoedopname in een ziekenhuis noodzakelijk is.

Wachtlijsten versus lege behandelkamers

Nog veel onbegrijpelijker: terwijl in de kranten en op tv volop aandacht is voor de lange wachtlijsten en mensen in menig huishouden wachten tot ze een ons wegen, zitten onze behandelaren duimen te draaien. We kunnen de caseloads niet vullen want onze budgetten zijn op. Bijkopen kan niet. Onderling uitruilen ook niet.

De cliënt wacht dus aan de ene kant van de deur op de behandelaar. En de behandelaar wacht aan de andere kant van de deur op de cliënt. Dat is nog eens weggooien van kostbare declarabele uren. Uren van specialisten die graag eetstoornissen behandelen. Die duimen draaien tijdens werktijd ontzettend zinloos vinden als er buiten hard aan de deur geklopt wordt. Zou het niet beter zijn heel rap open te doen en cliënten welkom te heten?

Bij ons klinische programma Be-Leef! van hetzelfde laken een pak. Hoewel de aanmeldingen binnenstromen, hebben we gek genoeg moeite de groepen vol te krijgen. We mogen onze hulp eenvoudigweg niet aanbieden. Moeten “nee” verkopen; één voor één worden cliënten afgewezen. Ze worden niet (volledig) vergoed, ze zijn niet ‘ernstig’ genoeg ziek of juist te ernstig, ze komen niet op het juiste moment en ga zo maar door. Dat wordt bepaald door zorgverzekeraars die toestemming moeten geven op een machtiging en daarmee op de doktersstoel gaan zitten. Het is een beetje gek.

Zeggen we nou met zijn allen: wachten is beter dan geld uitgeven aan zorg?

Misschien moeten we creatief denken. Altijd goed bij schaarste. Zouden we bijvoorbeeld ‘wachtlijstzorg’ aan kunnen bieden? Gek genoeg hadden we dit, maar wachtlijstzorg werd onvoordelig vergoed, was te risicovol of werd onbetaalbaar, omdat cliënten niet op tijd door konden stromen. We zitten immers vol met leegte. Dan misschien zelfs maar ónbetaalde zorg aanbieden? Maar wie gaat dat dan betalen? De wereld op zijn kop.

Je zou bijna zeggen dat we dan maar de eigen bijdrage vergroten voor wie dat wil en kan betalen. Dan is er in ieder geval nog vrije keuze. Maar ook daar steken zorgverzekeraars een stokje voor. Dat mag niet. Je bewegen naar private dienstverlening lijkt soms de enige mogelijkheid. Echter, dan bedien je alleen de kapitaalkrachtigen en daarvoor zit je niet in de zorg. Dan hadden we in de diamanthandel moeten gaan.

Zorgverzekeraars zitten enerzijds met macro-budgetten die geen reflectie zijn van de ontwikkelingen binnen de GGZ in het algemeen, eetstoornissen in het bijzonder. Bovendien kennen zij jaarbudgetten waarop ze sturen. Beter dit jaar een kort traject en dan volgend jaar nog één, dan nu een wat langer traject. Door de jaarbudgetten wordt er dus sub-optimaal ingekocht. En last but not least wordt er gestuurd op input en niet op outcome, dan zou je betere marktwerking realiseren, voor zover die er in de zorg te realiseren is.

Wat doen wij als Human Concern aan dit probleem?

Als zorgorganisatie kijken we uiteraard ook kritisch naar onszelf. Wat kunnen wij doen om de geleverde zorg efficiënter te maken zonder minder effectief te worden? We kunnen wel aanbieden dat we onze behandelingen nóg meer inkorten, maar als cliënten dan net zo makkelijk terugvallen en zich nogmaals bij ons of andere kliniek melden, dan is dát pas zonde van het geld. Met gedegen onderzoek bewaken wij onze kwaliteit. Wij scoren bovengemiddeld goed en willen dat zo houden. De laatste jaren hebben wij ons zorgpad ingekort van 3-5 jaar naar 1,5 jaar. Daarin behandelen we de eetstoornis én het onderliggend lijden. Met digitalisering van de pre-therapiefase én de nazorgfase verwachten wij een volgende slag te maken in het verkorten van de behandeling. Dan kunnen er jaarlijks meer cliënten worden behandeld. Maar deze ontwikkeling lost de wachtlijsten van nu helaas niet op.

Beste overheid en zorgverzekeraars, kunnen we naar een echt werkende oplossing gaan kijken? Met elkaar flexibel en creatief werken aan oplossingen voor dit zich op alle vlakken manifesterende ernstige, en op termijn peperdure probleem? En dan niet alleen voor de jeugd graag, maar voor iedereen die lijdt aan deze, indien niet tijdig behandeld, op termijn mogelijk dodelijk stoornis. Zodat zij hun leven weer kunnen oppakken en onze behandelaren kunnen doen waar ze voor opgeleid zijn.

Duimendraaien is ook een kunst, maar het liefst met verve beoefend als we écht vrij zijn.