Ik ben student. Ik ben antropoloog in wording. Ik ben zus, dochter, kleindochter en nichtje. Ik ben vriendin. Ik ben pianiste, ik ben muzikaal. Ik ben perfectionistisch, nieuwsgierig en tegelijkertijd terughoudend. Ik ben soms verdrietig, soms boos. Ik ben rationeel, een denker. Soms ben ik onredelijk. Ik ben veel, maar één ding weet ik zeker: ik bén anorexia niet. Ik, ben ik.

Lange tijd heb ik wel gedacht dat ik anorexia wás, in plaats van anorexia hád. Ik zag het als onlosmakelijk verbonden met mijn identiteit. Want als ik die eetstoornis niet meer had, wat bleef er dan van mij over? Nog steeds vind ik het lastig om de eetstoornis los van mijn ‘zijn’ te zien. Ik draag het al zolang met me mee, dat het een onderdeel van mijzelf lijkt geworden. Ingesleten patronen, op de automatische piloot.

Maar na vele jaren van therapie ben ik er langzaamaan achter gekomen dat ik meer ben dan ‘dat meisje met anorexia’. Dat ik andere talenten heb dan niet-eten en mezelf voorbij lopen. Ik ben gewend mijzelf moeiteloos aan mijn omgeving aan te passen, als een kameleon manoeuvreer ik me van de ene positie in de andere. Maar stapje voor stapje begin ik in te zien dat ik goed ben zoals ík ben. Wat dat precies is, verandert met de dag. De ene dag vrolijk, de andere dag boos. De volgende dag verdrietig en die daarna vol met hoop. En dat is oké. Zolang ik maar bij mezelf blijf, bij mijn gevoel, doe wat mijn hart me op dat moment ingeeft. Zolang ik maar in mezelf geloof.

Ik besta niet alleen uit emoties of uit de handelingen die ik uitvoer. Ik besta ook uit duizend en één herinneringen, uit levenservaringen, uit gedachtes. En door daar af en toe bij stil te staan, blijf ik stappen zetten in mijn herstel. Durf ik de eetstoornis beetje bij beetje los te laten en probeer ik de leegte die daarbij ontstaat stukje voor stukje op te vullen met nieuwe stukjes ‘ik’: een spontane lach, een verloren traan, een ontluikende verliefdheid. Allemaal kleine beetjes ik, die mij maken tot wie ik ben, tot wie ik word en tot wie ik zal zijn.

En als ik ik mag zijn, mag jij jij zijn. Met alles wat daarbij hoort. Al je talenten, belevenissen en emoties. Je schaterende lach, of je snotneus na een flinke huilbui. Je herinneringen, je verleden, je toekomst. Je dromen, je doelen. Je mooie én minder mooie eigenschappen. Je hoogtepunten en je valkuilen. Uniek, zoals jij bent. Want de sleutel naar herstel ligt grotendeels in het ‘zijn’: worden wie je bent. Jezelf omarmen, met alles wat daarbij hoort. En de beweging in de richting van een eetstoornisvrij leven, ligt veelal in het stilstaan. Stilstaan bij wie jij bent, bij wat jij voelt. Want dat mag er zijn. Jíj mag er zijn.

Als ik ik ben
En jij jij
Zullen wij dan samen zijn

Samen wij
Jij als jij
En ik als mij

Suzanne

Leave a Reply