Met plakkerige koude handen kijk ik uit het vliegtuigraampje. Moe na een week nauwelijks slapen, maar vol hoop. Hoop dat het dit keer gaat lukken. Voor eens en altijd. Dat het me eindelijk gaat lukken te durven leven, te mogen leven. Zonder angst, zonder anorexia.

Ik ben op weg naar het Portugese Algarve. Hier zal ik een maand lang de klinische boost behandeling Be-LeeF! volgen van Human Concern, een kliniek voor mensen met een eetstoornis. Voor mensen zoals ik. Die elke dag vechten tegen hun angsten en emoties. Die deze angsten proberen te verdringen met behulp van eten, of zoals in mijn geval zonder eten. Kortom die zichzelf kapotmaken. Ik wil niet meer kapot. En daarom zit ik nu in dit vliegtuig. Naast me praten twee groepsgenootjes over een trui in de Glamour. Nu het nog even over iets anders kan gaan dan over henzelf.

Be-LeeF! is een 28-daagse klinische boost behandeling van Human Concern. Een behandeling voor mensen met een langdurige eetstoornis die vaak al meerdere behandelingen achter de rug hebben. Dit geldt ook voor mij. Ik heb meerdere behandelingen gehad. Vaak waren deze behandelingen gericht op aankomen en op het eten, maar met kilo’s en calorieën alleen kan ik mijn eetstoornis niet wegnemen. Nee, ik heb hulp nodig om de kern aan te pakken. Namelijk veel angst, verdriet en onzekerheid. Hoewel ik niet meer het extreem bange vogeltje van acht jaar geleden ben, merk ik al snel dat ik nog veel werk voor me heb liggen.

Human Concern werkt vanuit die kern waar mijn probleem ligt. Hun visie is: om van een eetstoornis te herstellen moet je de kern aanpakken en werken vanuit de wil en motivatie van de cliënt. Verder werkt Human Concern met ervaringsprofessionals, mensen die zelf een eetstoornis hebben gehad. Die weten hoe dat is, maar ook weten dat je er vanaf kunt komen en hoeveel vrijheid dat geeft. Gelijk na de eerste therapiesessies in Portugal, voel ik me gezien en gehoord. Hun betrokkenheid maakt het makkelijker om op een therapeut af te stappen.

Met behulp van deze therapeuten en negen groepsgenoten ga ik het gevecht aan tegen mijn eetstoornis en angsten. Ik zit in een groep met vrouwen tussen de 18 en 38 jaar met allemaal een verschillende eetstoornis en persoonlijkheid. Daarnaast zijn er nog de gastvrouwen, verpleegkundigen en koks, zoals Judy met haar home-made cookies, kok Vere met zijn grote grijns en tuintherapeut Maurice die ons met zwaar Frans accent bijbrengt: “Life is like a garden. If you love what you grow, what you love will grow.” Allemaal staan ze voor ons klaar en stralen ze warmte uit.

Rust
We komen aan bij een groot wit huis waar we de komende weken zullen verblijven: Quinta da Colina. We worden verwelkomd door een vrouw met lang blond haar, een witte jurk en een grote lach. Zij is Carmen Netten, de oprichtster van Human Concern. Ze heeft zelf een eetstoornis overwonnen en zet nu haar kennis en ervaring in om anderen te helpen. Met hulp van haar familie zette ze Human Concern op.

Na het ontvangst is het gelijk tijd voor een tussendoortje. Terwijl de therapeuten gezellig zitten bij te kletsen, proberen wij angstvallig de yoghurt weg te krijgen. Daarna is het gelukkig tijd voor een rondleiding. Het huis heeft allerlei zithoekjes waar je je kunt terugtrekken, met fijne banken en kussens. Dan gaan we naar buiten en wat we zien is een adembenemende omgeving. Rondom het huis is een enorme tuin met uitzicht over een uitgestrekt heuvelachtig landschap. Vanuit het zwembad zwem je zo de natuur in. In de vijver zont een schildpad en overal rennen hagedissen. Hoewel het zeker geen vakantiemaand wordt, is deze rust en stilte zeer welkom. Nu alle chaos en prikkels om me heen wegvallen, is het tijd om aan de chaos in mijn hoofd te werken.

Elke ochtend begint met een meditatie. Terwijl ik op het houten platform zit en uitkijk over de wereld die voor me ligt, schijnt de ochtendzon op mijn hoofd en adem ik de frisse lucht in. Ik luister naar de geluiden om me heen. Een zoemende bij en een fluitende vogel. In de verte blaft een hond. Ik sluit mijn ogen en voel mijn opgejaagde lichaam iets tot rust komen.

Eten
De allereerste emoties komen naar boven bij de eerste lunch. Wat heb ik mezelf voor de gek gehouden. Terwijl ik mezelf tijden heb voorgehouden dat het best goed met me ging, zit ik nu huilend achter mijn bord. Maar ik ben hier om van mijn eetstoornis af te komen. Om dit bord soep over een tijd lachend op te eten. Dus elke maaltijd ga ik de worsteling aan. En ja, stapje voor stapje gaat het makkelijker.

Na een tijdje kan ik zo waar af en toe een beetje genieten van het lekkere eten van Vere en Judy. Want lekker is het. Niks geen natte aardappelpuree die overloopt in de soep dat rodekool moet voorstellen, zoals ik van een eerdere opname gewend was. Nee, hier wordt met liefde gekookt, met verse ingrediënten en passie voor eten. Dat heeft zijn weerslag op de sfeer aan tafel. Hoewel velen van onze groep het moeilijk hebben, wordt er ook gelachen en gepraat. De omgeving is huiselijk en de aankleding is knus en gezellig.

Leren eten gaat helaas niet vanzelf. Op een middag zit ik nog huilend achter mijn schnitzel als iedereen al van tafel is. De therapeute naast me vraagt of het gaat. “Ja hoor, ik eet het wel op.” Daar neemt ze geen genoegen mee. “In plaats van je verstand op nul te zetten en het gewoon te doen, kan je ook kijken wat deze schnitzel je vertelt. Waarom is het zo moeilijk?” Wat volgt is een heel gesprek over mijn angst om te falen, om mijn omgeving teleur te stellen, om alles wat mij de afgelopen jaren pijn heeft gedaan te moeten voelen. Een gesprek over van alles, behalve over eten. Daar ging mijn verdriet niet over, maar die schnitzel heeft me toch veel verteld die dag.

Na het eten moeten we rusten. Dat houdt in dat we een half uur in de woonkamer moeten zitten. Zonder te praten, zonder boek, zonder afleiding. We moeten de gevoelens die het eten heeft opgeroepen, verdragen. Wat gebeurt er als braken, bewegen of weglachen niet mogelijk is? Om me heen zie ik voeten heen en weer schudden en soms hoor ik gesnik. Stilstaan, dat zijn we niet gewend.

Voelen
Stilstaan is voelen. En als er iets moeilijker is dan eten, is het voelen. In de positieve gevoelens ben ik nog wel goed, het zijn de negatieve waar mijn valkuil ligt. Pijn van afwijzing of van dingen die mensen tegen me zeggen of met me doen, verdriet door gemis of eenzaamheid en boosheid die ik van mezelf niet mag uiten en zich daarom naar binnen keert. Ik wil deze emoties wegduwen, niet voelen. Tijdens de therapieën worden de gevoelens aangewakkerd waar ik zo bang voor ben. De therapiesessies bestaan nooit uit zitten en praten. Vaak worden moeilijke thema’s door middel van opdrachten en symboliek bespreekbaar gemaakt.

Op een ochtend krijgen we een zwart en een wit kussen. De zwarte staat symbool voor ons grootste dieptepunt, de witte voor waar we heen willen. De zwarte leg ik op een dor stuk grond verstopt in de schaduw van een boom. De witte op een muur van waaraf ik prachtig uitzicht heb over het glooiende landschap. Een therapeute vraagt me te gaan staan waar ik op dit moment in mijn leven sta. Vervolgens laat ze me langzaam teruglopen naar het zwarte kussen, tot ik erop kom te staan. Ondertussen stelt ze me vragen als: “Hoe voelt het om hier te staan?” en “Wat gebeurde er hier allemaal en hoe voelde je je toen?” Ik voel hoe mijn spieren verkrampen, hoe ik uit alle macht de pijn die omhoogkomt probeer weg te drukken met heel mijn lijf. Gelukkig mag ik daarna even voelen hoe het is om op mijn eindpunt te staan. Een bevrijding. Het liefst zou ik hier blijven staan, maar helaas moet ik terug naar plek waar ik werkelijk sta op dit moment in mijn leven. De weg erheen kan ik niet overslaan, die moet ik bewandelen. Met tegenzin ga ik terug naar mijn plek, maar in mijn hart weet ik dat het witte kussen nog wel komt voor mij. Ik ga mezelf bevrijden.

Tijdens de voorlaatste week zoek ik een symbool voor wie ik ben. Wie ik ben zonder eetstoornis. Ik kies een lange rietpluim uit de tuin. De lange steel is kwetsbaar, kan knakken. Maar hij buigt mee in de wind en de storm, waardoor de sierlijke pluim steeds weer rechtop komt te staan. Ondanks mijn kwetsbaarheid en gevoeligheid, ben ik sterk. Ik ga door en ik zal er staan. Met heel mijn lijf, met heel mijn zijn.

In contact
Door het constante contact met groepsgenoten en de vele therapieën, is het hier een soort snelkookpan. Je kunt niet wegrennen. De eerste week kruip ik daarom het liefste veilig weg in een hoekje, wil ik niet gezien worden. Maar ze zien je hier en vragen je tevoorschijn te komen. Om je te laten zien en je open te stellen. Dit is een constant gevecht, maar ik merk dat het mag. Dat groepsgenoten me willen zien en helpen. En andersom is dat net zo.

Stuk voor stuk zijn mijn groepsgenoten schatten. Lieve gevoelige vrouwen die het beste met iedereen voor hebben, maar zichzelf daardoor vergeten. Nu zie ik ze vechten om hun eigenwaarde terug te vinden. De één wordt boos en opstandig, de ander stil en teruggetrokken. Allemaal verschillende karakters en toch voelen we ons meer verbonden dan ooit. We weten waar we doorheen gaan, lachen en huilen samen en stimuleren elkaar om door te gaan.

Naast het vechten, is er gelukkig ook tijd om even los te laten. Op vrijdagmiddag zitten we samen met de therapeuten met een drankje in de zon om een heftige week af te sluiten. En moed te verzamelen voor de volgende. In de hal staan een piano en gitaar klaar om de emoties van ons af te spelen. Terwijl ik met een groepsgenootje op een bankje in de tuin zit en meezing met de gitaartonen die ze speelt, bedenk ik dat het een hele waardevolle maand is. Een maand met vriendschappen en tranen van verdriet en geluk. Een maand die een keerpunt in mijn leven zal zijn.

Niet alleen met mijn groepsgenoten heb ik veel contact, ook in Nederland zijn er een aantal mensen betrokken bij mijn behandeling. Mijn vriend en ouders komen daar samen met familieleden en vrienden van mijn groepsgenoten om te praten en ervaringen uit te wisselen. Bovendien krijgen wij de opdracht hen een brief te sturen en zij mij. Een brief waarin we eerlijk zijn, waarin we zeggen wat we vinden, willen en verlangen in het contact met de ander. Terwijl ik de brief van mijn vader lees, besef ik hoe kostbaar dit is. De liefde die er altijd is geweest, wordt uitgesproken en verlangens blijken dichter bij elkaar te liggen dan ooit gedacht. In deze omgeving van rust en bezinning ligt de basis van mooie relaties.

Terug
Dan is het zover, het is tijd om terug te gaan. Terug naar Nederland, op naar het na-traject. Want een lange weg zal het nog worden, maar de essentiële stap heb ik gezet. Hier, omringt door warme lieve mensen, door stilte en natuur, heb ik een grote stap richting mezelf gezet. Richting een leven zonder eetstoornis.

Het is moeilijk om afscheid te nemen. Ik wil mijn vriend, familie en vrienden graag weer zien, spreken en omhelzen. Maar wat zal ik deze plek missen. Deze plek waar ik weer ben gaan leven. Voor de laatste keer loop ik naar de drie grote stenen achterin de tuin, vanaf waar ik nog één keer uitkijk over het verstilde landschap in de zon. Mijn lievelingsplek. In gedachte zal ik hier vaak naar terugkeren.

Op het vliegveld in Rotterdam sluit ik mijn vriend in mijn armen. Wauw, hoe ga ik vertellen wat ik heb meegemaakt? Ik begin bij het begin en het gelukkige einde komt eraan.