Eerder deze week heeft de Gezondheidsraad vanwege de huidige forse toename van het aantal mensen met eetstoornisproblematiek een advies opgesteld voor een landelijke aanpak in dezen. Dagblad Trouw heeft ons vervolgens benaderd over onze mening hierover. Het volledige artikel lees je op trouw.nl. Omdat het artikel alleen te lezen is voor abonnees, geven we hier weer wat wij hierover hebben aangedragen.

Wij zijn blij met de aandacht die het rapport brengt voor eetstoornissen, maar geven ook graag een aanvulling op het advies. Een eetstoornis is een symptoom voor iets onderliggends. Jongeren missen iets en dat vertaalt zich in psychische klachten. Het advies legt nu de nadruk op het tijdig signaleren van klachten (lees symptomen van een eetstoornis) waarna versneld overgegaan moet worden op aanpak van de symptomen. Het is goed dat symptomen eerder onderkend worden, maar daarmee is de oplossing naar een passende en juiste duurzame aanpak nog niet gemaakt. Daarom zou de vraag centraal moeten staan: Wat is de reden dat jongeren een eetstoornis ontwikkelen, welke functie vervult de eetstoornis voor hen?

Positief aan het advies is dan ook de focus op preventie en de roep om meer onderzoek. Maar de onderzoeken moeten wel anders. Vanuit de wetenschap is er heel weinig bekend over welke zorg wel en niet werkt. Veel patiënten die volgens de Zorgstaandaard Eetstoornissen worden behandeld herstellen tijdelijk of zelfs niet. De echte kennis en kunde ligt in onze optiek bij ervaringsdeskundigen, zij moeten meer gehoord worden en hun kennis moet daadwerkelijk vertaald worden naar behandelbeleid dat vervolgens wetenschappelijk getoetst moet worden.

Een belangrijke toevoeging van ervaringsdeskundigen is dat zij de schaamte voorbij gaan. Het advies benadrukt eerdere signalering, maar daarmee gaat de onderzoekscommissie voorbij aan de patiënt. Want de reden dat mensen zo laat aan de bel trekken is veelal schaamte (‘ik ben raar’) en schuld (‘ik ben anderen tot last en ik veroorzaak het zelf’). Wat erg goed zou helpen is dat ook hulpverleners open durven te zijn over hun klachten. Bij een gebroken been voelen mensen weinig schaamte, maar er zijn maar weinig mensen (hulpverleners) die open zijn over eventuele psychische klachten. Dit zou helpend kunnen zijn om psychische klachten en eetstoornissen in het bijzonder te destigmatiseren. Dan melden mensen zich eerder en zijn signaleringsinstrumenten minder noodzakelijk. Tot die tijd zullen we deze instrumenten helaas hard nodig hebben.