“Jingle bells…jingle bells…jingle all the way…

Ik hoor hoe de muziek vanuit de speakers door de versierde kamer klinkt, vrolijk en uitnodigend. Christmas is coming to town. Voor mij voelt het alles behalve vrolijk en uitnodigend. Ik ben maar met één ding bezig; hoe overleef ik deze feestdagen? Hoe overleef ik al dat eten. Hoe zorg ik ervoor dat ik zo min mogelijk eet, niet door sla, niet ga braken? Wat als iemand door heeft dat ik me hier zo druk over maak? Wáárom maak ik me hier eigenlijk zo druk over? Waarom voelt het alsof ik naast de mensen zit van wie ik houd en tegelijkertijd mijlen ver van hen verwijderd ben. Waarom voelt mijn glimlach op mijn gezicht geplakt en kan ik alleen maar denken aan hoe ik al dit eten weer moet compenseren?”

Als iemand in mijn eetstoornistijd een luikje in mijn hoofd open had gedaan en naar binnen gekeken, zou die persoon een deel van deze strijd hebben meegemaakt. Misschien had dat kunnen helpen, omdat het zo ongelooflijk moeilijk is te beschrijven wat er allemaal in je omgaat als je met een eetstoornis kampt en de feestdagen naderen. Hieronder volgen een aantal tips, voor als jij je herkent in wat ik hierboven heb beschreven.

  1. Wat is eigenlijk haalbaar?

Tijdens de feestdagen voelde ik vaak veel sociale druk om ‘zo gewoon mogelijk mee te doen’. Enerzijds omdat ik niet wilde dat mensen zich met me gingen bemoeien of zich zorgen zouden maken, anderzijds omdat dat ook was wat ik het liefste wilde doen; gewoon normaal. Maar kan dat eigenlijk wel? Als je een eetstoornis hebt is onder andere je relatie met eten verstoord en vind je het heel moeilijk om ‘gewoon’ mee te doen. Je vraagt aan iemand met een gebroken been ook niet om ‘toch maar even die marathon te lopen, want ja, het is nu eenmaal de wedstrijd dag’.

Ten eerste kun je je dus afvragen: wat wil ik eigenlijk met de feestdagen? Het is daarbij belangrijk een onderscheid te maken in wat jíj wil en dus niet wat de eetstoornis van je wil. Als ‘normaal mee doen’ nog een brug te ver is zou je het kunnen hebben over een eerste stapje naar dat ‘mee doen’. Gaat mee doen bijvoorbeeld over een stuk kerst taart van je moeder eten? Dan kan dat een uitdaging worden waar je, het liefst in samenspraak met iemand die je vertrouwd zoals een familielid of therapeut, stappen in kunt formuleren. Wie wil je betrekken bij je plan? Wat is daar voor nodig? Welke helpende gedachten kun je inzetten als je het moeilijk krijgt? Met deze duidelijke uitdaging, kun je er dus ook voor kiezen om andere uitdagingen (waar feestdagen vaak vol mee zitten) even links te laten liggen. Zo houdt je het overzichtelijk en haalbaar voor jezelf.

  1. Vertel het iemand in je omgeving.

Het meest pijnlijke aan eetstoornissen vind ik wel hoe eenzaam en verborgen het allemaal is. Er ligt vaak zo’n angst en schaamte op alles wat er mee te maken heeft, dat we het toch maar alleen blijven doen en dat is zonde. Heeft een goede vriend, vriendin, partner of familielid jou wel eens iets vertelt waar hij/zij zich rot over voelde of voor schaamde? Wat gaf jou dat voor gevoel? Ik voel vaak verdriet voor wat die ander meemaakt, maar ook dankbaarheid voor het feit dat hij/zij mij in vertrouwen neemt en wil de ander dan graag helpen. Die reactie is stiekem best universeel en het kan zo veel helpen als familieleden of vrienden de feestdagen wat makkelijker kunnen maken door alleen al de wetenschap dat je er niet alleen voor staat. Daarnaast kunnen zij ook vragen wat jij nodig hebt of een luisterend oor te bieden.

  1. Vraag om wat je nodig hebt.

Bovenstaande tip, brengt me ook op een belangrijk vervolg aspect. Vraag om wat je nodig hebt. Helaas hebben onze naasten ook geen glazen bol en zeggen ze niet altijd datgene waar we op hoopten. Vaak vragen de mensen van wie we houden ‘Wat kan ik voor je doen?’ ‘Hoe kan ik je helpen?’ als we het moeilijk hebben. Maar soms komen ze, ongevraagd, ook met allerlei oplossingen of ideeën, om de situatie te verlichten. Iets waar je misschien niet op zit te wachten. Ik kon dan denken: laat ook maar, je snapt er niks van. Dat hielp mij niet, want ik zat nog steeds alleen met mijn nare gevoelens en de ander wist niet wat hij verkeerd had gedaan. Daarom kan het helpen om aan te geven wat je wilt, daarmee geef je ook de ander (die vaak toch al zo graag wil helpen) een handvat. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Ik wil graag wat bij je kwijt, maar ik heb geen oplossingen nodig. Het zou me echt helpen als je alleen even wilt luisteren.’

Naast vragen om wat je nodig hebt in contact, kan dit natuurlijk ook gaan over de eetmomenten zelf. Als jij de feestdagen met meer rust tegemoet kunt treden door bijvoorbeeld van te voren het menu te weten, mag je daar om vragen!

  1. Er MOET niets.

Door alle reclames, hallmark films, lichtjes en soms haast ‘verplicht’ samen komen, kunnen de feestdagen een gevoel van ‘HET MOET GEZELLIG ZIJN’ oproepen. Maar wat als jij je nou niet zo gezellig voelt? Ik herinner me hoe loodzwaar het was om telkens een enorm masker op te zetten, of voor iedereen rond te rennen om de sfeer gezellig te houden en daarmee voelde het juist steeds minder gezellig. Gedachten als ‘het is maar gewoon … (vul de dag van de week in)’ en ‘ik voel me precies zoals ik me voel vandaag’ hielpen mij om uit het ‘moeten’ te blijven. Daardoor lagen er minder verwachtingen en kon ik de dag beter nemen zoals hij kwam. Je kunt voor jezelf ook een aantal van die gedachten, quotes of zinnen opschrijven of bedenken, die jou kunnen helpen om dichtbij jezelf te blijven.

Tot slot wil ik je toch fijne feestdagen wensen. Ik hoop dat met deze tips, de feestdagen voor jou iets draaglijker en misschien ook gezelliger mogen worden. Dat je er van mag genieten. En als dat voor dit jaar nog niet geldt, is het een mooi doel om daar voor volgend jaar naar toe te werken.

Liefs, Loïs