Oorzaken eetstoornis

Voor de ontwikkeling van een eetstoornis is geen eenduidige oorzaak aan te wijzen. Men gaat uit van een combinatie van erfelijke, karakteristieke, psychologische, biologische of lichamelijke, opvoedkundige, familiaire en sociaal-culturele factoren. Er is wel sprake van een aantal risicofactoren die de kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een eetstoornis vergroten.

Aanleg

Bij mensen die een eetstoornis (gehad) hebben, vallen overeenkomsten in aanleg op. Vaak is er sprake van een hogere mate van introversie (bij anorexia nervosa) of extraversie (bij boulimia nervosa), soms in combinatie met een hogere intelligentie (IQ). Extreme gevoeligheid is een andere gemene deler. Voor geluid, licht, temperatuur, informatie van buitenaf (tv, krant), sfeer en stemmingen. De hoog sensitieve persoonlijkheid (HSP) komt vaak voor. Deze gevoeligheid kan ervoor zorgen dat je je verantwoordelijk voelt voor wat er om je heen en in de wereld gebeurt. Je kunt gebukt gaan onder deze zware last en onder gevoelens van machteloosheid, schuld of frustratie

Opvoeding

Soms heeft een van de ouders een eetstoornis en ligt in het gezin sterk de nadruk op uiterlijk en gewicht. Ook prestatiegerichtheid kan een strenge norm zijn, alleen het beste is goed genoeg. Waardering is er meer voor ‘wat-je-doet’ dan voor ‘wie-je-bent’. Dit kan maken dat je voor waardering en acceptatie van anderen en jezelf afhankelijk wordt van externe factoren. Daarnaast is de manier waarop in het gezin met emoties wordt/werd omgegaan ook een belangrijk element van de opvoeding die kan meespelen bij de ontwikkeling van een eetstoornis. Wanneer bijvoorbeeld verdrietig zijn een teken van zwakte was/is, kun je de neiging hebben om emoties op te gaan potten. Je zoekt andere uitwegen om emotionele spanningen kwijt te raken, te dempen of te onderdrukken. Een eetstoornis kan hier één van zijn.

Ontwikkeling van de persoonlijkheid

Aspecten van iemands persoonlijkheid, oftewel ‘de innerlijke organisatie van (aangeleerde) eigenschappen’, kunnen de kans op het ontwikkelen van een eetstoornis eveneens vergroten. Bijvoorbeeld de neiging om gevoelens te onderdrukken, om je zelfwaardering sterk te laten afhangen van het uiterlijk, de gewoonte om jezelf aan te passen, graag willen ‘pleasen’, een overmatig groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben en perfectionisme. Aan de hoge eisen die jij jezelf stelt, kun je met geen mogelijkheid voldoen, je zult dus altijd ‘falen’. Dit geeft een deuk in je gevoel van eigenwaarde; sombere of depressieve gevoelens kunnen opspelen.

Ingrijpende gebeurtenissen of omgevingsfactoren

Er bestond mogelijk al een sluimerende gevoeligheid voor het ontwikkelen van een eetstoornis, maar één of meerdere (on)bewuste gebeurtenissen kunnen de laatste druppel zijn: het uitraken van een relatie, gepest worden op school, het overlijden van een belangrijke persoon, een verkeerde opmerking van iemand, het scheiden van je ouders, seksueel misbruik, ziektes, et cetera.

Puberteit en adolescentie

In deze leeftijdsfase verandert er veel. Er kunnen onzekerheden spelen, onder andere over het uiterlijk. Seksueel is iemand aan het rijpen en ook het aangaan van relaties is in deze periode een ontwikkelingstaak. Misschien heb je angst als het gaat om seksualiteit. De overgang naar volwassenheid vraagt daarnaast veel: het ontwikkelen van het vermogen om gelijkwaardige contacten aan te gaan en verantwoordelijkheid te nemen. Ook moet je groeien naar zelfstandigheid, dat wil zeggen beslissingen nemen en leren controle te hebben over de eigen emoties. In deze leeftijdsfase bestaat er een verhoogde kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een eetstoornis.

Lichamelijke aanleg

Wie overgewicht heeft, gaat vaak diëten vanuit de specifieke angst om ‘te dik te worden of te dik te zijn’. Het veelvuldig en drastisch diëten heeft vaak een averechts effect. Na elke lijnpoging word je zwaarder, waardoor de angst om dik te zijn nog meer toeneemt en de wens om af te vallen nog groter wordt. Je volgt weer een dieet…

Ook als je door een ziekte niet meer kunt eten, je door een ziekte gaat afvallen of juist gaat aankomen, of als je door een medische oorzaak op dieet moet of medicijnen gebruikt waardoor je zwaarder wordt, kun je geobsedeerd raken door gewicht en eten. Dit alles kan eveneens aanleiding geven tot het ontwikkelen van een eetstoornis.

Sociale en culturele aspecten

De ambivalente, maatschappelijke positie van de vrouw in de westerse maatschappij wordt door sommigen eveneens als mogelijke oorzaak gezien. Aan de ene kant wordt een zogenaamd ideaalbeeld geschetst en aan de andere kant worden (tegenstrijdige) hoge eisen aan vrouwen gesteld; zij hebben veel ‘ballen in de lucht’ te houden. Er bestaan veel vooroordelen over mensen die niet aan het zogenaamde ‘ideaalbeeld’ en de hoge eisen kunnen voldoen.

Het vergt zelfvertrouwen om tegen deze ‘druk’ en vooroordelen van de maatschappij in te gaan. Toch is het niet zo dat het nastreven van het ideaalbeeld en de hoge eisen op zichzelf voldoende zijn om een eetstoornis te ontwikkelen.

Erfelijkheid en aanleg

‘Het zit in de familie’: uit onderzoek komt enig bewijs naar voren voor een erfelijk bepaalde aanleg voor het krijgen van een eetstoornis. Aanleg alleen is echter vaak niet voldoende om ook daadwerkelijk een eetstoornis te ontwikkelen. Meestal zijn er dan ook andere (omgevings-)factoren in het spel.

Genen

Onderzoek dat nog in de kinderschoenen staat, laat zien dat ook aanleg in genetisch opzicht een rol kan spelen. Als je van dit standpunt uitgaat, kun je stellen dat er verkeerde signalen uit de hersenen komen die verstoord eetgedrag veroorzaken. Er zijn drie elementen ontdekt: het Agoeti-gen, een gen dat een erfelijke belasting van anorexia doorgeeft; het SLC-1 molecule, een molecule in de hersenen die de hoeveelheid in te nemen voedsel reguleert; en ‘ghrelin’, het eetlusthormoon dat de eetlust reguleert.

Kortom

Voor de ontwikkeling van een eetstoornis is geen eenduidige oorzaak aan te wijzen. Introverte (anorexia nervosa), extraverte (boulimia nervosa), overgevoelige, intelligente en hoog sensitieve mensen met een perfectionistische en prestatiegerichte inslag die ‘doen’ en ‘zijn’ met elkaar verwarren, onzeker zijn, afhankelijk zijn van de mening van anderen, zich neigen aan te passen en veel verantwoordelijkheidsgevoel hebben, lopen wel aanzienlijk meer risico om een eetstoornis te ontwikkelen dan bijvoorbeeld het tegenovergestelde persoonlijkheidstypen.