Charlotte Oosterhoff is Trainer bij de Academy van Human Concern. Ze is zelf hersteld van een eetstoornis en zet haar ervaringsdeskundigheid nu in om anderen te helpen door het geven van trainingen en scholing. Ze begrijpt goed dat het nu vanwege het Coronavirus lastig is voor iedereen om opeens thuis te zitten. Charlotte heeft zelf veel thuis gezeten het afgelopen jaar en vertelt jullie in deze blog hoe dat voor haar was.

 

Half maart 2020. Het Coronavirus doet zijn opmars en we moeten thuis blijven. Dus daar zit ik weer….. thuis. En mijn hemel, wat is het moeilijk om hier weer mee om te gaan. Afgelopen jaar heb ik ervaren hoe het is om verplicht thuis te zitten en ben mezelf daarin veel tegen gekomen, inclusief opnieuw thema’s uit mijn eetstoornis. Ik kan me goed voorstellen hoe moeilijk het moet zijn om verplicht thuis te zijn (met anderen) als je een eetstoornis hebt en/of bewegingsdrang. Hoe je nog meer tegen jezelf aan loopt, de spanning intern (en ten opzichte van anderen) stijgt, de onrust toeneemt en je jezelf geen raad meer weet. Graag wil ik mijn eigen proces met je delen. Mogelijk herken je er wat in en heb je er op een of andere manier iets aan.

 

Ziek thuiszitten

Je moet weten, ik ben eind maart 2019 gevallen en heb toen een hersenkneuzing opgelopen. En kon niks meer, want mijn hele koppie was van het padje. Pijn, misselijk, van alles. Alsof ik mijn verbinding met de wereld en mezelf helemaal kwijt was. De eerste paar weken gingen nog wel. Toen was ik zo ziek dat niks tot me door drong. Ik kreeg zorg, kon me nergens druk over maken, alleen maar zitten of liggen. Alleen maar zijn, zonder echt aanwezig te zijn. Dat was in ieder geval duidelijk. Echter, langzaamaan begonnen die hersens weer wat beter te werken. Mijn bewustzijn werd weer helderder. Fysiek kon ik nog niet veel, maar ook dat verbeterde heel langzaamaan weer een stukje.

Hier zal ik niet ingaan verder op wat het verlies van gezondheid met me deed (en doet) en welke stappen ik in dit proces allemaal heb moeten zetten. Waar ik wel op in wil gaan is het verplicht thuis zitten. Immers, dat is wat we nu allemaal moeten en dat roept veel op (ook bij mij weer) of je nu alleen woont of met anderen. Beiden zijn enorm lastig en beangstigend, zeker als je ook nog een eetstoornis hebt.

 

Toen het wat beter ging

Toen ik weer meer bij bewustzijn kwam kon ik toenemend de verscheurdheid voelen: mijn geest en lichaam die actie wilden/ nodig hadden en hersenen die dat helemaal niet aan konden. Of….. zoals nu in de situatie van het Coronavirus: de geest en het lichaam willen actie, zoeken die adrenaline, willen op pad….. maar de overheid wil dat je thuis blijft. En hoe moeilijk is dat, om uit de gewoonte van het doen, van de afleiding te komen en alleen maar op jezelf aangewezen te zijn. Ondoenlijk als je dat je hele leven al probeert te vermijden (en dat geldt zeker niet alleen voor mensen met een eetstoornis). Zoals gezegd, ook ik heb dat ervaren in afgelopen jaar en ben mezelf enorm tegen gekomen.

 

Vervelen, somberheid en gek worden van mijn gedachten

Allereerst was er de gigantische verveling. Opzien tegen weer een dag van niks doen, weer hetzelfde ritme, weer veel alleen zijn (ik ben gescheiden en heb nog 1 dochter voor de helft van de tijd thuis), weer het zoeken naar hoe de dag door te komen. Alles waar ik voor die val mijn dag mee vulde was sociaal en/of actief: dansen, sporten, heel veel werken, kinderen rond rijden, huishouden, enzovoort. En dat alles in grote mate, met een doel en vooral nuttig. Nu terug kijkend moest ik vooral nuttig zijn. Dan had ik bestaansrecht. En toen ineens zat ik thuis en verveelde me dood. Had geen afleiding meer en wist niet wat ik met al die tijd aan moest. Wat ik met mezelf in al die tijd aan moest. Voelde me totaal nutteloos. En dat maakte dat ik ging piekeren. Ik had toch niks te doen dus ging ik enorm malen in mijn hoofd. Kreeg het niet stil gezet en werd echt gek van mijn eigen denken. En dat denken waren veel sombere gedachten. Dat ik niks meer waard was, dat ik niet meer meetelde, dat dit nooit meer over zou gaan, dat ik nooit meer van iets zou kunnen genieten, enzovoort enzovoort.

 

Niet meer kunnen sporten

Heel belangrijk voor de val was voor mij bewegen. Ik reed paard, was een fanatiek hardloopster (sporten was voor mij nog steeds iets waar ik het maximale uit moest halen), was altijd op pad en wandelde veel. Ik had geen bewegingsdrang meer, maar in het fanatieke sporten zat ook nog wel een stukje eetstoornis. Als ik maar bleef sporten werd ik in ieder geval niet dik en ging die eeuwige onrust uit mijn lichaam. En nu zat ik thuis. Na een aantal maanden voelde ik dat ik niet eens zin meer had om in beweging te komen. Er waren dagen dat ik helemaal apathisch voor me uit zat te staren en dagen dat ik heel veel moest huilen. Jeetje wat heb ik ongelooflijk veel gehuild. In het begin vooral alleen, later ook waar anderen bij waren. Sporten hielp me hier altijd bij (dan maak je immers endorfine aan, wat een geluksstofje is), maar ging fysiek nu niet, dus ik zat thuis. Langzaamaan kwam ik steeds minder in beweging en had ik nergens meer zin in. Daar voelde ik me zo slecht bij, dat ik uiteindelijk mijn wilskracht heb aangesproken en langzaamaan, met hulp van de revalidatie, ben ik weer gaan sporten. Daarvoor moest ik wel honderd keer tegen mezelf aanlopen, want mijn fanatisme maakte dat ik te veel wilde, te snel ging en elke keer weer teruggefloten werd door mijn lijf. Ik heb mezelf dus echt moeten leren doseren en kalmeren. En mezelf ook moeten overtuigen van het feit dat ik sportte voor een betere conditie en niet om dun te blijven. Wel gebruik(te) ik het soms nog als manier om van mijn onrust af te komen.

 

Eten weer een thema

En ja, ook mijn eetstoornis kwam weer om de hoek kijken. Van mijn 18e tot mijn 28e heb ik (in het geheim) eerst anorexia en toen boulimia gehad. Twintig jaar geleden dus! En nu kwam het weer. In september, een half jaar na mijn val, kreeg ik weer een aantal keer last van eetbuien. En zelfs drie keer overgeven. Ik weet dat een terugval altijd mogelijk is, op wat voor moment dan ook, dat hoort erbij. Toch verraste het me, maar er op terug kijkend valt het wel te verklaren. Immers, mijn eetstoornis was voor mij een manier om om te gaan met (het) leven. En dat leven stond nu zo op z’n kop en dat riep zoveel diepgaande emoties op, dat het eigenlijk niet raar was dat de eetstoornis zich weer liet gelden. En dat is een rotgevoel. Voor mij vooral schaamtevol. Maar, in plaats van dat ik in paniek raakte, kon ik er nu echt naar kijken. Dat ik dit weer nodig had liet me wel zien hoe diep ik met mezelf werd geconfronteerd. Al mijn oude overlevingsmechanismen lieten zich zien. En ondanks de schaamte heb ik het toch gedeeld met een collega, wat ik vroeger nooit gedaan heb. Ondertussen heb ik geleerd dat het delen met anderen, hoe moeilijk en hoeveel drempels ook, essentieel is om om te leren gaan met mijn (nieuwe) zelf. Door het te delen werd het minder groot, minder erg. En uiteindelijk hield het ook weer op. Ebde het weg, zonder dat ik mezelf hoefde af te straffen (waardoor het waarschijnlijk alleen maar erger zou zijn geworden).

 

Thuiszitten met huisgenoten

In het vele thuis zijn is ook veel veranderd in de relatie met mijn kinderen. Zo is mijn zoon bij zijn vader gaan wonen. Die werd er ‘helemaal gek’ van dat ik continu thuis was. Dat deed wel even pijn, want ineens woont mijn zoon niet meer hier bij mij, maar het was ook goed. Allereerst snapte ik hem wel. Hij was 21 geworden en dan wil je niet meer dat je moeder er hele dag is. Ten tweede heeft het onze relatie aanzienlijk verbeterd. De afstand heeft gezorgd voor minder ergernissen, waardoor we allebei weer wat meer konden openen naar elkaar. Mijn dochter vond het juist heerlijk dat ik thuis was. Elke dag als ze thuis kwam was ik er. Daar genoot ze van. Om maar aan te geven dat de relatie met je huisgenoten zo totaal verschillend kan zijn. Als je allemaal thuis bent laat die verhouding zich uitvergroot zien. En dat is (soms) verdraaid moeilijk om mee om te gaan.

Wat heeft het thuis zijn mij geleerd?

Verplicht thuis zijn gaat o.a. over verdragen. Leren verdragen van de verveling, van de eenzaamheid, van het niet bewegen, van het nutteloos voelen. En leren verdragen gaat alleen door te willen kijken naar jezelf en voelen wat er te voelen valt. Vlucht er niet voor weg, maar ga er voor zitten en voel het helemaal zoals het zich voordoet. Wat gebeurt er nu in mij? Wat zijn mijn gedachten? Wat voel ik? Schrijf het op. Teken het. Whatever. Wil leren van jezelf en over jezelf. Zo krijgt deze periode ook betekenis.

Verplicht thuis zijn met anderen gaat zeker over verdragen. Elk klein ergenisje wordt groot, gewoon doordat je te veel in elkaars space zit. En ja, soms moet je daarin jezelf laten horen, boos worden, ruimte maken voor jezelf. En soms, als het sop de kool niet waard is, moet je het laten gaan. Erin berusten. Evenwicht vinden in dat berusten of voor jezelf gaan staan, is een lastige. Zeker als er letterlijk weinig ruimte is, omdat je zo op elkaars lip zit en moeilijk weg kunt lopen. En toch, zoek in jezelf, elke keer weer: wil ik hier wat van zeggen of laat ik het en loop ik even naar mijn kamer.

In ieder geval erg belangrijk: ook al ben je thuis, maak contact met mensen die jij vertrouwd. Het hoeft er maar één te zijn. Bel die vriend of vriendin, ook al heb je een hekel aan bellen. Of vraag de ander je zo nu en dan te bellen. En neem dan ook op. Neem die drempel en blijf niet in je eentje. Deel met (de) ander(en) wat er in je omgaat. Lach samen. Laat jezelf uit je cocon halen. Huil als je huilen moet, wees zo oprecht en open als mogelijk voor jou. Zo krijg je echt contact, ook als het door de telefoon is (of misschien helpt dat juist wel). En, ook al heb je geen zin omdat je eigenlijk nergens zin meer in hebt, pak een (kleur)boek, doe een dansje, trek onkruid in de tuin (mijn tuin is echt supernetjes nu), enzovoort. Hou geest en lichaam bezig, ook al is het klein en niet zo groots en uitbundig als het was.

Dan nog het dagritme. Ook al ben je thuis, zorg dat je een bepaald dagritme krijgt, hoe weinig dat dagritme ook heeft. Schrijf het op. Dat van mij bestond op een gegeven moment alleen maar uit opstaan en naar bed gaan, aan- en uitkleden, de eetmomenten, een wandelingetje, wat creatiefs doen en tv kijken. Een ritme helpt je om niet te verzanden in apathie, onrust, depressie, (nog meer) eetbuien of wat er dan ook om de hoek komt kijken.

 

Tenslotte

En nu, net nu ik weer meer naar buiten ging om me in het sociale leven te begeven, wordt ik weer stil gezet. Zit ik weer thuis. En hoeveel ervaring ik ook heb ondertussen, ik voel me er weer zwaarmoedig van, zie er tegenop, voel me rot. Echter, het is nu ook anders, want ik weet nu: ik kan dit! Hoe diep ik ook ga, ik kom er ook weer uit.

Dus hoe rot je je ook voelt in deze tijd van Corona en thuis zitten. Houd moed! Ook jij kan dit. Het is niet makkelijk en soms (of vaak) zul je het gevoel hebben dat het nooit meer goed komt. Dat gevoel of die gedachte hoeft niet weg, het is er nou eenmaal, maar verzuip er niet in. Ga na hoe je jezelf kunt helpen en zorg dan dat je jezelf bemoedigd. Door jezelf lief toe te spreken, contact te maken met een ander, eens goed te huilen, wat dan ook. Wat jou helpt om hiermee op dit moment te dealen. Laat je ook niet gek maken door al die media! Als je er angstig van wordt, beperk je dan in de mate waarin je de informatie tot je neemt. Echt, ik weet zeker, je kan dit. Ik wens je alle goeds.

 

Charlotte

Senior trainer bij HC