Pas na vele diëten, nog veel meer eetbuien, een studie Diëtiek, een depressie en een aantal jaren therapie durfde ze aan zichzelf toe te geven dat ze een eetstoornis had. Daarna ging het snel. Agnetha Dam Wichers-Volger (28) zocht (ambulante) hulp bij Stichting Human Concern – Centrum voor eetstoornissen en leerde voelen, praten en op zichzelf vertrouwen. En nu? Nu voelt ze zich tevreden, heeft ze haar bikkelharde oordeel over zichzelf ingeruild voor een milde, liefhebbende stem en zijn hoofd en hart gevuld met blijdschap en positiviteit. Dat het leven zo mooi kon zijn, had ze nooit kunnen denken.

Rimpels en schoonheidsvlekjes
Op de middelbare school slopen de eetbuien langzaam in haar systeem. Ze trok zich geregeld terug op haar kamer met een reep chocola en dan voelde ze zich veilig. Ze wilde het zo graag goed doen, bij voorkeur perfect, maar altijd weer zag ze rimpels in haar onfeilbaarheid, schoonheidsvlekjes op haar fysieke ideaal. Er waren klasgenoten die aardiger en mooier waren. Vriendinnen met een hogere intelligentie of beter geproportioneerd lichaam. Wat stelde zij nu eigenlijk voor?

De eetbuien namen rond haar zestiende in omvang toe, net als haar postuur en hiermee haar onzekerheid. Op haar achttiende ging ze voor het eerst serieus op dieet en volgde zij de instructies van Sonja Bakker tot op de komma en soms zelfs nog iets meer. Dit lukte haar wonderwel. De kilo’s vlogen eraf en de complimenten vlogen haar om de oren. Hier was ze echt goed in. Zo kon ze zichzelf mooier, dunner en beter maken. Maar eenmaal voor de spiegel met het gewenste gewicht, bekroop haar de gedachte: is dit het nu? “Ik voelde me helemaal niet prettiger of mooier.”

Ook de jaren erna herhaalde zich het patroon van diëten, afvallen, eetbuien en aankomen. In haar omgeving had niemand een vermoeden van haar eetstoornis: ze oogde niet extreem dun, zette in gezelschap altijd haar ‘happy face’ op en aanmerkingen op haar dieet kon ze makkelijk pareren met: “Als diëtist moet je het goede voorbeeld geven als het gaat om gezond eten.” Ja, naast het feit dat ze dit een mooie studie vond, was de kennis die ze opdeed bijzonder handig. Ze leerde er alles over calorieën tellen en verbranden. Zelf durfde ze het woord eetstoornis niet eens te denken.

Ik was het vechten moe
In de zomer van 2011, ze was net aan het werk als doktersassistente en als diëtist, liep ze vast. “Mijn batterij was leeg. Ik was het vechten moe, het m’n best doen zat en mijn onzekerheid ongelooflijk beu. Ik meldde me aan bij een psycholoog en kreeg handvatten om meer tot rust te komen. Het hielp mondjesmaat: dit kon ook niet anders, omdat ik slechts mondjesmaat vertelde hoe het echt met me ging. Ik schaamde me te veel voor mijn rare eetgewoonten. De therapie beëindigde ik en geleidelijk aan zakte ik weg in depressie. De huisarts schreef antidepressiva voor, mijn paniekaanvallen namen toe. ’s Avonds hoorde ik steeds mensen lopen over de galerij van mijn flat of was ik bang dat er inbrekers zouden binnenkomen. Ik durfde niet meer te gaan slapen. Hoe vaak ik mijn moeder niet in paniek heb gebeld en hoe vaak mijn vader me niet kwam halen midden in de nacht.”

“Op het werk had ik een collega, tevens mijn beste vriendin, die zag dat het mis ging. In het najaar van 2011 volgde ik een hysterisch eiwitdieet, waarbij je niet mocht sporten. Ik sportte natuurlijk wel. Binnen een mum van tijd raakte ik veel gewicht kwijt en daalde m’n bloeddruk gevaarlijk. In die periode kwam mijn vriendin naar mijn werkkamer, zette een boterham met pindakaas voor m’n neus en zei: ‘En nu ga je normaal eten.’ Ik sloeg het bord direct van m’n bureau af, voelde razernij. Ik schrok van mijn eigen reactie. Maar toegeven dat ik een eetstoornis had? Nee, hier was ik nog niet aan toe. Ik wilde niet zwak zijn. Pas in het najaar van 2012 sloeg de wanhoop dusdanig toe dat ik mijn zus, ook diëtist, belde en vroeg: ‘Ik kan niet meer. Wil je me helpen?’”

Met haar hulp kwam ik terecht bij een psycholoog die me direct doorverwees naar Stichting Human Concern – Centrum voor eetstoornissen. ‘Jij hebt specialistische hulp nodig’, zei ze. Ondertussen stopte ik met mijn werk als diëtist: hoe kon ik immers mensen advies geven over een gezond dieet? Achteraf hebben mijn studie en werk er in positieve zin toe bijgedragen dat ik aan de slag moest met mijn eetstoornis. Ik kon er niet meer omheen.”

De perfecte cliënt zijn
“Mijn schaamte over mijn gedrag en gedachten vielen direct weg bij Human Concern. Mijn therapeut wist immers precies waarover ik sprak. Zij had het zelf meegemaakt. Ik durfde open te zijn en ervoer van haar kant alle begrip. Al snel maakte ik contact met mijn prestatiegerichtheid en perfectionisme. Want ook als cliënt wilde ik laten zien dat ik me volledig inzette voor herstel. En dus stortte ik me op mijn huiswerkopdrachten en werkte ik hard, precies zoals ik het altijd deed.”

“Maar waarom eiste ik van mezelf perfectie, terwijl ik fouten van anderen geen probleem vond? Waarom moest ik altijd aardig, beleefd, leuk, goed en vrolijk zijn? En aandacht hebben voor anderen, terwijl ik zelf vaak moe was? Mijn therapeut liet me zien hoe ik met mezelf omging, welke stem in mij steeds bikkelharde oordelen velde over alles wat ik deed of dacht. Ik leerde deze stem te negeren en werd milder, liever zelfs, voor mezelf. Ik heb in therapie leren voelen en huilen en sinds ik dat kan, heb ik geen eetbuien meer nodig. Praten over wat me bezighoudt, helpt ook. Ik kan mezelf troosten, ook bij paniek. Ik kan de controle loslaten. Maar al heb ik mijn behandeling inmiddels twee jaar afgerond en gaat het heel goed, toch ken ik valkuilen. Zo kan mijn perfectionisme nog steeds de kop opsteken. Gelukkig herken ik het, accepteer ik het en kan ik daarmee loslaten in plaats van extreem te gaan presteren. Ook bij stress weet ik dat ik extra mag opletten.”

Een wereld van verschil
“Ik heb het heel fijn gevonden dat het bij Human Concern mogelijk is om naasten te betrekken bij de behandeling. Mijn moeder heeft een aantal sessies bijgewoond. Ik was bezorgd dat ik een te groot beroep op haar deed door haar steeds te bellen als ik paniek voelde. Maar dit deed ze graag voor me, leerde ik. Tenzij ze aan het werk was. Deze gezamenlijke sessies hebben voor zoveel meer openheid tussen ons gezorgd. Ik bespreek nu alles met haar. Ook de band met mijn vader, broer en zus heeft zich verdiept. Het voelen is er nu veel meer bij betrokken.”

“In 2013 leerde ik mijn man kennen. Doodeng vond ik het om te daten en me over te geven aan de liefde. Maar hij is leuk! Heel leuk. En bij hem voel ik me zelfs in een oude joggingbroek op de bank oké. Samen hebben we een huis gekocht en vorig jaar zijn we getrouwd, in de trouwjurk van mijn oma en zonder afvalstress. Mijn werk als diëtist heb ik weer opgepakt en onlangs heb ik voor het eerst een patiënt doorverwezen naar Human Concern. Een zegen vond ik het dat ik iemand kon helpen met mijn eigen ervaring. Daarom zet ik me ook zo graag in voor Human Concern en hoop ik dat anderen zich net zo thuis gaan voelen bij HC en bij zichzelf als ik. Nooit zie ik mezelf meer als minder dan de ander. Ik ben nu tevreden met wie ik ben en dat zorgt voor een wereld van verschil: één vol blijdschap, vertrouwen en rust.”

Sinds ik heb leren huilen, heb ik geen eetbuien meer