Op mijn 15 begon ik te rommelen met eten en al snel nam dit ernstige vormen aan. Toen ik 18 was, besloot ik dat ik dit niet langer wilde. Om mijn diploma te kunnen halen en te kunnen samenwonen met mijn vriend, diende ik te gaan eten.

Dat lukte, maar het rommelen en schommelen bleef. Boven een bepaald gewicht mocht ik niet uitkomen en als dit cijfer naderde op de weegschaal, zorgde ik dat ik een paar kilo afviel, zodat ik weer speelruimte had. Ik was waarschijnlijk beter op de hoogte van het aantal calorieën in een product dan de fabrikant zelf. Tot mijn 40e heb ik dit kunnen volhouden. Een scheiding en een nieuwe relatie zorgden voor zoveel onzekerheid, dat ik ernstig terugviel. Ik voelde me niet gewaardeerd, niet goed genoeg en was angstvallig bezig om alles zo goed mogelijk te doen. Maar hoeveel ik ook gaf, ik leek er niets voor terug te krijgen. Schoorvoetend meldde ik me bij mijn huisarts: ik wist dat er iets moest gebeuren, omdat ik te veel gewicht verloor. Hij verwees me door naar een GGZ-instelling. De therapie ging alleen maar over eten. Toen ik een opname weigerde, was ik er uitbehandeld.

Een jaar sukkelen later stuitte ik via internet op Stichting Human Concern – Centrum voor eetstoornissen. Hun visie, missie en verhalen spraken me enorm aan. Hun behandeling is erop gericht om de oorzaak van de eetstoornis te achterhalen, omdat daar, en alleen daar, de sleutel ligt tot duurzame genezing. Dat is wat ik zocht. Ik meldde me meteen aan. Drie dagen later nam een therapeut contact met mij op en weer een aantal dagen later startte de behandeling. Vlakbij mijn woonplaats nota bene. Direct was er een goede klik, aan een half woord had ze genoeg. Dat is het voordeel van de ervaringsprofessional: zij is niet alleen therapeut, maar ook ervaringsdeskundig. Tijdens de gesprekken begreep ik wat ik anders diende te doen, maar eenmaal thuis lukte het me niet om het in de praktijk te brengen. Na een aantal maanden raadde ook zij een opname aan om aan te sterken. Mijn gewicht was gevaarlijk laag en ik zat echt diep. Drie maanden verbleef ik op de afdeling High Cure van een eetkliniek. Het draaide er alleen maar om eten, in de therapieën miste ik diepgang. Toen ik naar mijn zin genoeg was aangekomen, ben ik vertrokken en meldde ik me weer bij mijn therapeut van Human Concern. Inmiddels was de Stichting begonnen met het klinische boost-programma Be-LeeF! in Portugal. Zij adviseerde me om hieraan mee te doen, zodat ik een maand lang alle hulp zou krijgen om patronen te doorbreken en inzichten op te doen.

‘Dan ben ik weer een tijd van huis’, dacht ik. ‘Moeten de kinderen me weer missen.’ Maar ik ben dolblij dat ik het heb gedaan. En mijn kinderen bleken juist graag te willen dat ik mezelf liet helpen. Mijn doel was om me volledig open te stellen voor alles wat me werd aangeboden. In mij voelde ik een diepe wens om mijn eetstoornis los te laten.
‘Laat eens zien wie je echt bent’
Tijdens een van de pittige therapieën zei een therapeut in Portugal tegen me “’Lach nu maar eens niet, laat maar zien wie je echt bent’. Ik was gewend om echt alles weg te lachen. Toen ik daarmee stopte en ging voelen wat er in mij leefde, bleek dat weinig lachwekkend te zijn. Ik liep op m’n tenen, al heel lang. Ik deed er alles aan om me staande te houden in het gezin en op het werk. Leefde op de automatische piloot en met die onuitroeibare grimas op mijn gezicht. Ik wist wel dat het niet klopte, maar stopte dat gevoel weg.

In week twee van ons verblijf vroeg een therapeut of ze een arm om me heen mocht slaan. Dat was ook zo’n belangrijk moment voor me. Haar aanraking voelde ik tot in elke vezel. De tranen liepen over m’n wangen. Ik realiseerde me hoezeer ik deze liefde en warmte altijd heb gemist en ook mezelf niet heb gegund. Mijn jeugd heeft een veel grotere invloed om mijn leven gehad dan ik dacht. Het doet wat met je om niet gewenst te zijn. Er zat nog veel onverwerkt verdriet.

Door Be-LeeF! kwam ik erachter dat het oké is om me meer te openen, dat dit veel fijner is om te delen dan om op te kroppen. Mijn mening en gevoelens doen ertoe. In Portugal zijn alle ingrediënten aanwezig om tot jezelf te komen. Het is er zo mooi, de temperatuur is er aangenaam, het is er stil en rustig. Er is geen afleiding van buitenaf. Ik kon me er niet anders dan met mijzelf bezighouden en de manier waarop ik me verhoud tot de wereld.

HersOok het gezin en mijn vriend werd betrokken bij de behandeling en dat vind ik een grote meerwaarde hebben. Want mijn gewicht en hun zorgen over mijn gezondheid hebben helaas wel een grote stempel gedrukt op hun leven. Ik ontving van alle vier een brief, waarin ze schreven wat mijn eetstoornis voor hen betekent en hoe zij ermee omgaan. Alhoewel ik het heel heftig vond om te lezen dat ze zo bang waren om mij te verliezen, heb ik dit onderdeel als bijzonder mooi ervaren. Mijn vriend voelde zich enorm machteloos. Alles heeft hij in het werk gesteld om mij te helpen en aan het eten te krijgen, maar ik was onbereikbaar. De kinderen wilden graag dat het weer gezellig zou zijn tijdens het eten, ze wilden niet meer continu in angst zitten om mij te verliezen. Mijn dochter vertelde dat ze tijdens het winkelen meer over mij waakte dan dat ze naar kleding keek. De kinderen leerden tijdens deze bijeenkomsten in Nederland hoe ze mij het beste konden aanspreken als ik een terugval zou krijgen. Gelukkig is dit niet nodig geweest. We durven nu meer open naar elkaar te zijn en dat vind ik heel fijn. Ook voor hen is het nu gewoon om te vertellen wat hen bezighoudt.

Ik heb echt bergen verzet in Portugal. Ik heb daar inzicht gekregen in de werking van mijn eetstoornis. Door de hele tijd met eten bezig te zijn, hoefde ik nergens anders aan te denken en vooral geen nare gevoelens te hebben. Hoe groter het ondergewicht bovendien, hoe minder je voelt, zowel positief als negatief. Ik sta nu stil bij wat er in mij leeft en praat erover als ik ergens mee zit. Ik kom voor mezelf op en ben niet meer bang voor de gevolgen. Dat is een teken dat ik meer mezelf mag zijn. Ik geniet echt zoveel meer van alles. Zelfs eten is een feest. Dat is een openbaring voor me. De maaltijden die de kok in Portugal voor ons bereidde, smaakten zo heerlijk, dat ik zelf ben gaan experimenteren in de keuken. Voor het eerst van mijn leven heb ik kookboeken aangeschaft. Zelfs kookroom en Franse kazen gebruik ik nu, terwijl die vroeger mijn huis echt niet in kwamen. En natuurlijk ben ik aangekomen, maar niet zoveel als ik vreesde. Samen eten is iets fijns geworden.

De reacties van mijn omgeving zijn heel positief, zowel op mijn uiterlijk als op mijn nieuwe levenshouding. ‘Je straalt nu echt’, zeggen de bewoners van het bejaardentehuis waar ik werk. En ik merk dat ik veel meer te geven heb dan vroeger. Mensen zijn daardoor ook opener naar mij toe geworden. Door deze gesprekken haal ik meer voldoening uit mijn werk.

Ook privé is de verandering groot. Ik ben zoveel krachtiger. De relaties met mijn kinderen en mijn vriend hebben zich verdiept. En fysiek kan ik natuurlijk veel meer aan. Ik gun iedereen met een eetstoornis de mogelijkheid om naar Portugal te gaan. Het heeft mijn leven compleet veranderd. Genezing is echt mogelijk, ook als je zo lang een eetstoornis hebt gehad.

Nanda